PEP beschrijving

Hieronder staat een concretisering van de functies die in Nederland als politiek prominent worden gekwalificeerd.

AMDAX moet naar personen die een dergelijke functie vervullen een verscherpt cliëntenonderzoek verrichten. 

a. Staatshoofd, regeringsleider, minister, onderminister of staatssecretaris.

  • De Koning
  • De Minister-president, ministers en staatssecretarissen

b. Parlementslid of lid van een soortgelijk wetgevend orgaan.

  • Leden van de Eerste Kamer der Staten Generaal
  • Leden van de Tweede Kamer der Staten Generaal

c. Lid van het bestuur van een politieke partij.

  • Leden van het bestuur van een politieke groepering met een registratie als bedoeld in artikel G1 van de Kieswet

d. Lid van een hooggerechtshof, constitutioneel hof of van een andere hoge rechterlijke Instantie die arresten wijst waartegen, behalve In uitzonderlijke omstandigheden, geen beroep openstaat.

  • De leden, de staatsraden en de staatsraden in buitengewone dienst die in de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn benoemd
  • De president, de vicepresidenten, de raadsheren en de raadsheren in buitengewone dienst van de Hoge Raad der Nederlanden
  • De leden met rechtspraak belast van het College van Beroep voor het bedrijfsleven
  • De leden met rechtspraak belast van de Centrale Raad van Beroep

e. Lid van een rekenkamer of van een raad van bestuur van een centrale bank.

  • De leden in gewone en in buitengewone dienst van de Algemene Rekenkamer
  • President en directeuren van de directie van De Nederlandsche Bank

f. Ambassadeur, zaakgelastigde of hoge officier van de strijdkrachten.

  • Ambassadeurs met de Nederlandse nationaliteit of in Nederland woonachtig
  • Zaakgelastigden met de Nederlandse nationaliteit of in Nederland woonachtig
  • Commandant der Strijdkrachten
  • Commandant Zeestrijdkrachten
  • Commandant Landstrijdkrachten
  • Commandant Luchtstrijdkrachten
  • Commandant Koninklijke Marechaussee

g. Lid van het leidinggevend lichaam, toezichthoudend lichaam of bestuurslichaam van een staatsbedrijf.

  • Er zijn geen bedrijven in Nederland die aan de definitie staatsbedrijf voldoen

h. Bestuurder, plaatsvervangend bestuurder, lid van de raad van bestuur of bekleder van een gelijkwaardige functie bij een internationale organisatie.

Hoven en tribunalen

  • Internationaal Gerechtshof (IGH; ICJ) (VNorgaan) (1945)
  • Internationaal Restmechanisme voor Straftribunalen (MICT) (VN-organisatie)
  • Internationaal Strafhof (ISH; ICC)
  • lran-United States Claims Tribunal (IUSCT) (1981)
  • Kosovo-rechtbank (2015)
  • Permanent Hof van Arbitrage (PHA; PCA) (1899)
  • Restmechanisme van het Speciaal Hof voor Sierra Leone (RSCSL) (2012)
  • Speciaal Tribunaal voor Libanon (STL) (2007)
 

BIJLAGE

EU-organisaties

  • Eurojust (2002)
  • Europees Parlement, Informatiebureau in Nederland (1977)
  • Europese Commissie, Joint Research Centra Petten (JAC Petten) ( 1958)
  • Europese Commissie, Vertegenwoordiging in Nederland (1969)
  • Europese Investeringsbank (EIS) (1958)
  • Europese Politiedienst (EUROPOL) (1993)
  • Galileo Reference Centre (GRC) (2016)
  • Technisch Centrum voor Landbouwsamenwerking en Plattelandsontwikkeling (TCLP; CTA) (1983)
  • Europees Medicijnen Agentschap (EMA) (1995)

Overige internationale organisaties

  • Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE; BOIP) (2007)
  • Common Fund for Commodities (CFC) (1989)
  • EUROCONTROL (1963)
  • Europees Octrooibureau (EOS; EPO) (1973)
  • Europees Ruimte Agentschap/Europees Centrum voor Ruimtevaarttechniek (ESA/ESTEC) (1980)
  • Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht (HCIP; HCCH) (1955)
  • International Development Law Organization (IDLO) (1991)
  • International lnstitute tor Democracy and Electoral Assistance (IDEA) (1995)
  • Internationale Commissie voor Vermiste Personen (ICMP) (2015)
  • Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) (1951)
  • Nederlandse Taalunie (1982)

Noord-Atlantische verdragsorganisatie (NAVO; NATO)

  • NATO Airborne Early Warning & Control (NAEW&C) Programme Management Agency (NAPMA) (1978)
  • NATO Allied Joint Force Command Brunssum (JFC Brunssum) (1953)
  • NATO Communications and Information Agency (NCIA) (2012)
  • Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) (1997)

Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE; OSCE)

  • Hoge Commissaris inzake Nationale Minderheden (HCNM) (1992)

Verenigde Naties (VN; UN) – zie ook: Hoven en tribunalen

  • Vertegenwoordiging Hoge Commissariaat voor Vluchtelingen (UNHCR) (1950)
  • United Nations University – Maastricht Economie and Social Research lnstitute on lnnovation and Technology (UNU-MERIT) (1973)
  • United Nations Office tor the Coordination of Humanitarian Affairs: Centre for Humanitarian Data (UNOCHA Datacenter) (2017)
  • United Nations lnterregional Crime and justice Research lnstitute: Centre tor Artificial lntelligence and Robotics (UNICRI Center) (2017)

In juni 2018 is een wijziging van de vierde antiwitwasrichtlijn gepubliceerd (Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU (PbEU 2018, L 156)). Daarin is onder meer overwogen dat het aan de internationale organisaties is om de functies binnen de organisatie aan te wijzen die, conform het bepaalde in artikel 3, negende lid, van de richtlijn als prominente publieke functies moeten worden aangeduid. Ook de internationale organisaties in Nederland wordt gevraagd een lijst met functies op te stellen. Deze functies worden dus niet door de Nederlandse overheid bepaald.