Toezicht toegelicht

Aldus AMDAX / Sanne de Gier

Mensen die bezwaar maken tegen crypto, beroepen zich vaak op het zogenaamde totale gebrek aan toezicht. Die Bitcoin community is een bandeloze bende, beweren zij; een vrijplaats voor witwassers, criminelen en andere lieden van lager allooi. Het zou verboden moeten worden! Als jurist vind ik het prettiger om me bij de feiten te houden. Cryptodienstverleners staan namelijk wel degelijk onder toezicht van De Nederlandsche Bank (DNB). In de roep om meer regulering is het soms zoeken naar een precair evenwicht tussen enerzijds de (decentrale) grondbeginselen van het cryptodomein en anderzijds het besef dat de volwassenwording van de markt nu eenmaal gepaard gaat met afspraken en waarborgen.

Het is een wapenfeit dat we nog steeds met trots uitdragen; dat AMDAX in 2020 als eerste cryptobedrijf de registratie bij DNB met goed gevolg doorliep. Dat betekent dat DNB waakt over de integriteitsrisico’s van ons bedrijf en dat onze bestuurders betrouwbaar en geschikt zijn bevonden. Bovendien ziet DNB toe op naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en de Sanctiewet.

De Wwft en Sanctiewet vergen veel van onze aanmeldingsprocedure en het klantbeheer. Zo moeten nieuwe klanten zich identificeren en aantonen waar het door hen ingelegde vermogen vandaan komt. Wanneer klanten cryptovaluta inbrengen, gebruiken we tools om te achterhalen of transacties hebben plaatsgevonden die geassocieerd worden met criminele activiteiten. De Sanctiewet vereist dat we dagelijks checken of klanten voorkomen op sanctielijsten: internationale databases van personen, ondernemingen en organisaties waarvoor economische en/of juridische beperkingen gelden. Door te voldoen aan de Wwft en de Sanctiewet vervullen geregistreerde cryptobedrijven – net als beleggingsondernemingen en banken – een poortwachtersfunctie om te voorkomen dat crimineel geld toegang krijgt tot de financiële markt.

En toch, in het hele landschap van vergunningen en toezichtstelsels, blijft dat toezicht nog binnen de perken. In tegenstelling tot beleggingsondernemingen, zijn cryptodienstverleners bijvoorbeeld niet gebonden aan regels rondom reclame-uitingen en hoeven zij klanten ook niet te classificeren naar type belegger. Dat het niet verplicht is, betekent overigens niet dat we er niets mee doen. Zodra wij onze dienstverlening of ons productportfolio verder willen uitbreiden – en die gedachte krijgt binnen ons bedrijf steeds meer vorm – zullen wij daartoe, net als ieder ander, een vergunning moeten aanvragen bij DNB of de AFM, met alle voorwaarden en verplichtingen die daarmee gepaard gaan.

Met de enorme toename in beleggers en handelsvolume begint de cryptomarkt zijn wilde haren te verliezen. Ook de EU onderkent die volwassenwording en heeft de MiCA-verordening aangekondigd, waarmee een Europees legal framework voor de cryptomarkt wordt opgezet. Deze week werd bovendien bekend dat de EU een ambitieus pakket wetgevingsvoorstellen presenteert om de bestrijding van witwaspraktijken en terrorismefinanciering verder aan te scherpen. Voor mij, als jurist, is dat natuurlijk een uitdagend speelveld. Ik breng de kansen en risico’s van de juridische context in kaart en vertaal die vervolgens naar onze organisatie op een manier die zowel voor onze klanten als voor ons bedrijf het beste werkt. Liever dan te schoppen tegen dit soort initiatieven, zoek ik de samenwerking om met elkaar tot een goed ingericht systeem te komen. Ik geloof absoluut niet in overregulering, ingegeven door een gebrek aan kennis en ongefundeerde aannames over crypto. Dat leidt alleen maar tot toezicht uit angst, en iedereen weet dat uit zo’n beroerde raadgever weinig goeds kan voortkomen.