De nieuwe kleren van de keizer

Aldus AMDAX / Lucas Wensing

Het is een geliefde metafoor onder critici van cryptovaluta: het sprookje van de nieuwe kleren van de keizer. Bitcoinaanhangers worden dan vergeleken met het volk en de lakeien die het gewaad van de keizer bewonderend toejuichen, terwijl die goede man helemaal geen kleren aan zijn lijf heeft. Het is niks, die Bitcoin, bedoelen ze eigenlijk. De digitale munt heeft geen intrinsieke waarde. Het zijn slechts nullen en enen waaraan geen waardering gekoppeld kan worden in de vorm van een bedrijf, een activiteit of een grondstof. Die discussie gaat echter voorbij aan de intrinsieke waarde die Bitcoin in onze ogen wel degelijk heeft: Bitcoin is een geldsysteem, met eigenschappen die de zwakte van het huidige systeem pijnlijk blootleggen. En als je daarop doordenkt, vraag je je af: wie staat er nu eigenlijk in zijn nakie?

Door de eeuwen heen zijn er verschillende geldsystemen geweest, waarbij de opvolger altijd een oplossing bood voor de nadelen van het bestaande systeem. Het beste geld wint, zo toont die geschiedenis aan. Zilver en goud fungeerden eeuwenlang als een stabiele basis, maar met de uitgifte van papiergeld en later het loslaten van de gouden standaard, bewoog de samenleving naar een geldsysteem dat louter gebaseerd is op vertrouwen. Dat schiep ruimte voor economische groei, maar langzamerhand ervaren we ook de schaduwzijde van dat systeem. Waar rente lange tijd een prima graadmeter was voor de risico’s die aan een financiële transactie werden verbonden, wordt deze nu goeddeels bepaald door centrale bankiers. Zij houden de rente kunstmatig laag en drukken te pas en te onpas geld bij. Daarmee blijven de risico’s in de markt onzichtbaar en gevaarlijk onderbelicht. Centrale Banken kunnen ook haast niet anders, want de schuldenlast is zo hoog opgelopen dat die lage rente nodig is om de terugbetaling van de rente nog enigszins mogelijk te maken.

Miljoenen mensen en bedrijven zoeken naar een alternatief om aan deze wurggreep te ontsnappen en voor velen van hen is Bitcoin het antwoord. Al twaalf jaar lang maakt het aantal deelnemers een exponentiële groei door en dit netwerkeffect zie je terug in de waardestijging die sindsdien heeft plaatsgevonden. Bitcoin is toegankelijk voor iedereen, je kunt het veilig opslaan zonder tussenkomst van derden, het is een spaarmiddel, het kent een vastgesteld monetair beleid dat ongelimiteerd bijdrukken onmogelijk maakt en dankzij zijn digitale beschikbaarheid kun je het overal met je meenemen. De betaalfunctie is vanwege de volatiliteit nog ondergeschikt, maar dit zal veranderen naarmate de acceptatie verder toeneemt. Bovendien gaan de technische ontwikkelingen op dit vlak snel, en zijn er nu al diverse systemen voor microbetalingen in omloop.

Dus terwijl steeds meer mensen al lang doorhebben dat de wereld is veranderd, houden de gevestigde financiële instituten vast aan oude mantra’s die hun toverkracht inmiddels hebben verloren. Dat brengt mij terug bij het sprookje van Hans Christian Andersen, want zie die centrale banken nou eens rond paraderen op de smeulende puinhopen van het huidige systeem. Langs de stoet staan nog vele trouwe lakeien te klappen, maar het tegengeluid klinkt steeds luider en dreigt hen te overstemmen: “Kijk nou eens, de keizer loopt in zijn blootje!”